Les maisons Jaoul

P1000217Maisons Jaoul zijn twee huizen door Le Corbusier ontworpen en gebouwd in Neuilly sur Seine aan 81bis rue de Longchamp (métro lijn 1 station Pont de Neuilly) voor de aluminiumfabrikant Andre Jaoul en diens zoon Michel.

Hoewel de tekeningen zijn gemaakt in 1937 zijn de huizen pas gebouwd tussen 1951 en 1955 ivm financiële problemen, ruzie binnen de familie en de Tweede Wereldoorlog.

De huizen staan haaks op elkaar,hebben een gezamenlijke garage en kelder, zijn beide bereikbaar over één hellende opgang en hebben een gedeelde binnenplaats waar de keukens op uitkomen. De gevels zijn van ruwe baksteen met horizontale stroken beton, die de verdiepingen aangeven.

P1000216 De huizen hebben elk een eigen tuin.

Doordat er zoveel tijd ligt tussen de tekeningen en de uitvoering is dit een totaal ander huis dan Le Corbusier in de jaren 20 en 30 tekende: de woonmachine met strakke witte muren en het interieur sober en rechtlijnig is verdwenen.

Deze beide huizen hebben binnen met terracotta betegelde “catalaanse” gewelven, de muren zijn bekleed met donker hout of felgekleurd stucwerk.

 

P1000218De lichtinval is bijzonder; er zijn grote ramen afgewisseld met smalle stroken die een afwisselende belichting geven.

De huizen zijn comfortabel en gaan in tegen de vroegere ideeën van Le Corbusier. Foto’s van het interieur zijn te zien op   http://en.wikiarquitectura.com/index.php/Maisons-Jaoul

 

 

 

Het naastgelegen huis op nr 83 rue de Longchamp, Hôtel Worth, is ook gebouwd in baksteen in een moorse stijl en in 1930 ontworpen door de architecten Jean Fidler en Alexander Poliakoff voor Jean-Charles Worth, een toen beroemde society-modeontwerper.

P1000215

Villa Besnus

De villa Besnus, beter bekend als Kèr-ka-ré, is een huis van de hand van de beroemde architect Le Corbusier uit 1923; het adres is 85 bd de la République in Vaucresson.

 

 

 

 

 

Deze foto’s laten zien wat er in de loop van de tijd allemaal verkeerd is gegaan met dit pand.

 

 

 

 

 

 

Gebouwd voor Georges Besnus, die op de Herfst-tentoonstelling van1922 de maquette had gezien van het “Citrohan”huis: een rechthoekig blok met plat dak en zo is het ook voor hem gebouwd. Het enige wat is overgebleven van het oorspronkelijke ontwerp is de verticale lijst met ramen voor het trappenhuis, de horizontale ramen, de deur met de naam. De begane grond is verminkt door de ervoor geplaatste winkeletalages, het platte dak is bedekt met een 2-delig zadeldak met pannen en ook de schoorsteen is niet origineel. De Fransen hebben hier een mooi woord voor : “dénaturé”.

Vaucresson is te bereiken per trein vanaf Gare St. Lazare.

Maison Planeix

Maison Planeix is een stadsvilla in het 13e arrondissement van Parijs. Ontworpen door Le Corbusier and Pierre Jeanneret voor de beeldhouwer Antonin Planeix.

900x720_2049_1008
De gevel van deze villa geeft de indruk van een niet heel spannende blokkendoos. Alhoewel het uitstekende deel wel een grappige variant is van een erker! Maar de spanning zit binnen. Eenmaal binnen via de centrale Garage deuren dan blijkt de villa enorm. Op de begane grond vind je links en rechts van de garage nog twee extra ateliers. Maar vooral de de bovenverdiepingen zijn ruim, licht en voorzien van allerlei architectonische mooie effecten zoals hoge ramen, trapjes naar terrassen en het hoge/ruime en lichte atelier van de beeldhouwer.

Overigens is dit huis nog in bezit van de nazaten van Antonin Planeix volgens een artikel dat ik vond op het web >>>>Corbusier-Maison Planeix 3Architect:           Le Corbusier
Waar:                 24 bis à 26 bis du boulevard Masséna, 13e arr
Wanneer:          1925-1928

Le Corbusier en l’Armée du Salut 1

Architect Charles-Edouard Jeanneret (1887-1965), beter bekend als Le Corbusier, heeft eind 20er-begin 30er jaren van de vorige eeuw 3 werken ontworpen voor de opvang van dak- en thuislozen, sociaal zwakke en gehandicapte medemensen voor l’Armée du Salut (Leger des Heils). De opdrachtgevers waren bij alle drie projecten prins en prinses Edmond de Polignac-Singer. Mevrouw Winaretta de Polignac was een superrijke Amerikaanse erfgename (Singer-naaimachines), die zeer onder de indruk was van de architect.

winnaretta

In 1926 ontwerpt Le Corbusier een slaapgebouw op de binnenplaats van het Palais du Peuple op 29 rue des Cordelières (13e arr.), dat in 1912 door het Leger des Heils was aanbesteed bij een (mij) onbekende architect. Het slaapgebouw bevatte ongeveer 160 slaapplaatsen, veelal in tweepersoons stapelbedden. Het hele complex is nog steeds in gebruik zij het aangepast aan de tijd.

P1020668P1020682

 

 

 

 

 

 

 

 

De andere kant van het slaapgebouw komt uit op het park Square René le Gall waar de ene pilaar de unieke bouwwijze van de architect laat zien. Dicht begroeid als het nu is, is een foto praktisch niet doenlijk. Onderstaande foto is van Laurent Ruamps op Flickr.

dormoir

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

architect: Le Corbusier, 1926, métro: Les Gobelins, lijn 7.

Le Corbusier en de l’Armée du Salut 2

Het tweede project voor het Leger des Heils, ook weer gefinancierd door het echtpaar De Polignac-Singer -mevrouw Winaretta De Polignac was beschermvrouwe van het Leger de Heils- was het schip Louise-Cathérine, een aak met een romp van gewapend beton, die het Leger omstreeks 1929 had gekocht in de haven van Rouen (de oude naam van het schip was “Liège”) waar het werkloos lag nadat het als kolenaak op Parijs had gevaren. De bedoeling was van het schip een drijvend asiel te maken zoals ook op de boeg staat  “Asile flottant”.

900x720_2049_142

Hoewel het schip in beton is opgetrokken, hét bouwmateriaal bij uitstek van Le Corbusier, heeft hij daar geen aandeel in gehad; het was een toen bestaande techniek. Le Corbusier is aangetrokken om het schip in te richten en bruikbaar te maken. De aak bestaat uit 3 caissons voor de opvang van alleenstaande mannen, op het voordek het compartiment van de schipper en op het achterdek dat voor het personeel. Op de bovenbouw werd een loopbrug met relingen aangelegd, ramen in de ruimtes aangebracht, bedden, weer 2-persoons stapelbedden, capaciteit 128 slaapplaatsen en nog 20 aparte bedden, 168 kasten geplaatst, keuken en eetzaal en tenslotte een dakterras met middenop een vlaggenmast. De boot is momenteel buiten gebruik maar zal de komende jaren worden gerestaureerd en een culturele functie krijgen.

peniche-corbusier-architecture

De bedoeling is dat de aak tijdens de restauratie omgeven wordt door deze metalen band van Japanse origine. Of het schip op zijn huidige ligplaats blijft is onduidelijk en ook of de “bandage” al is aangebracht? In september 2014 heb ik het niet gezien of gemist?

architect Le Corbusier,  1929-1930, ligplaats quai d’Austerlitz, 13e arr. métro Quai de la Gare, lijn 6; Gare d’Austerlitz, lijnen 5 en 10, RER C, historisch monument sinds 2008.

Le Corbusier en l’Armée du Salut 3

parijs september 2007 308Het derde project, dat Le Corbusier, in samenwerking met zijn neef Pierre Jeanneret, ook architect, voor het Leger des Heils en weer in opdracht van Mevrouw Winaretta, prinses Edmond de Polignac-Singer heeft ontworpen, is dit immense gebouw aan 12 rue Cantagrel, 13e arr.. Hij begon er aan in 1930 en het werd in december 1933 door de toenmalige president van Frankrijk Albert Lebrun geopend onder de naam “Refuge Singer-Polignac, ter meerdere eer en glorie van mevrouw. Tegenwoordig heet het gewoon Cité de Refuge. Het gebouw was bedoeld als hoofdkantoor van het Leger des Heils en als opvanghuis voor zo’n 500 à 600 personen. Op de begane grond bevinden zich de algemene ruimten voor diensten en administratie van het Leger. De ingang en receptie hebben een geometrische vorm

 

 

 

ÙÙ

 

 

 

 

 

 

 

 

en zijn bekleed met opaakglas.in staal. Ontvangstruimten, eetzalen voor niet-permanente bewoners, trappenhuizen en liftschachten zijn uitgevoerd in gewapend beton en in de kleuren groen, rood, geel en blauw. Kleuren, die de noodlijdende mens zouden moeten opvrolijken was toen de idee. De vijf verdiepingen met slaapzalen, kleinere units voor bv. moeders met kinderen, worden bekroond door een dakterras en een drie verdiepingen hoog appartement, bestemd voor de weldoeners. Het gebouw is opgetrokken in gewapend beton, het skelet bestaat uit palen en vloeren en het geheel wordt ingesloten door 1000 m2 glas op de zuidgevel, een zgn mur of facade rideau. Omdat er in dit glazen gordijn geen deur of raam geopend kon worden was het er zomers stikheet en ’s winters werkte de verwarming -ondanks het gebruik van, toen al, dubbel glas- niet naar behoren. Van klimatologische beheersing had de beroemde architect niet zoveel kaas gegeten. In 1952 is de gehele glazen gevel herbouwd met opengaande ramen achter gekleurde zonneschermen, wel weer een vinding van hem en zijn neef. Na deze klus schijnen ze nooit meer te hebben samengewerkt. In de 70er jaren is er een vleugel aangebouwd op 37 rue du Chevaleret in dezelfde stijl, genaamd Cité d´Espoir.

architect: Le Corbusier, Pierre Jeanneret, 1930/1933, 12 rue Cantagrel en 37 rue du Chevaleret, 13e arr., métro: Bibliothèque François Mitterand, lijn 14, historisch monument 1975.